back reviews

Moments of Writing

Door Tom Peeters

Fotografe en beeldhouwster Alexandra Cool portretteerde de voorbije jaren binnen- en buitenlandse schrijvers met een ouderwetse gaatjescamera. Door de lange sluitertijd maakt ze het denk- en werkproces van de auteurs tastbaar. De intrigerende schrijversgeesten hangen, of beter zweven, aan de muur van het Antwerpse Fotomuseum.
Schrijvers houden niet van camera’s. Het liefst van al worden ze tijdens hun schrijfarbeid met rust gelaten, vertoevend op hun eiland. Hun inspiratie stoppen ze in hun boeken. Ze valt niet zomaar van hun gezicht af te lezen.
Villa Hellenbosch is zo’n schrijverseiland. De residentie van de literaire organisatie Het Beschrijf ligt in het landelijke Vollezele. Kunstenares Alexandra Cool (49) ontving er de voorbije jaren tal van internationale romanschrijvers, dichters en essayisten. Omdat het als fotografe zonde zou zijn helemaal geen portret te maken van haar gasten, haalde ze er de gaatjescamera bij die ze een kleine 20 jaar geleden in elkaar knutselde. ‘Zo moesten de auteurs niet tegen hun zin poseren. Ze konden op hun vaste stek zitten te schrijven, terwijl ik het doosje in hun werkkamer zette. Daarna verdween ik weer.’
Met een gemiddelde belichtingstijd van 25 minuten is het resultaat veel meer dan één scherpe momentopname, de stille getuige van de abstracte, intellectuele arbeid van de schrijvers. Omdat het concept aansloeg, besloot ze op bezoek te gaan in de schrijfateliers van Belgische auteurs, zodat er naast foto’s van onder anderen Jonathan Coe en Jeremy Powers ook portretten van pakweg Tom Lanoye, Anne Provoost, David Van Reybrouck en Geert van Istendael op haar eerste grote expo te zien zijn.
Primitief
Met haar zelfgemaakte pin- holecamera grijpt Alexandra Cool terug naar de meest primitieve vorm van fotografie. De camera-obscuratechniek is eeuwenoud. In een doosje wordt een heel klein gaatje aangebracht waar al het licht doorgaat. Aan de achterkant wordt lichtgevoelig papier bevestigd. Het licht op het papier vormt het negatieve beeld. Cool: ‘Ik ben eigenlijk beeldhouwster. In een maatschappij waar alles hypertechnisch wordt, vind ik het een verademing een stap terug te zetten. Als alles steeds sneller moet, wil ik meer tijd. Een bijkomend voordeel van zo’n pinholecamera is dat de batterijen niet plat kunnen vallen, want je hebt er geen nodig.’ Naast fotonegatieven is het enige wat je nodig hebt om een gaatjescamera te maken karton, kleefband, aluminiumfolie en een zwarte doek.
Foto’s met een lange sluitertijd worden abstracter. Ze leggen geen moment maar een periode vast. Beweegt de schrijver, dan worden ook die bewegingen vastgelegd. Cool: ‘Zo maak je hun schrijfproces op een of andere manier tastbaar. Ik weet niet of je dat inspiratie moet noemen. Maar het is toch iets. Het gaat niet zozeer om de uiterlijke kentrekken van de schrijvers. Die vervagen en zie je soms helemaal niet meer. En toch, als je de schrijvers kent, herken je ze direct. Hoe vaag en schimmig hun portretten ook zijn, hun eigenheid krijg je er niet uit.’

De camera-obscuratechniek levert kunstzinnige foto’s op, maar tegelijk behouden de beelden een documentair karakter. Bij elk portret zette Cool plichtsgetrouw de periode waarin de foto precies genomen is. ‘Van minuut tot minuut. Van het precieze tijdstip waarop ik de werkkamer van de schrijver ben binnengestapt en het apparaat klaarzette tot het moment waarop ik het weer kwam ophalen.’
De auteurs die de fotografe te gast had, waren erg divers, maar een ding hadden ze allemaal gemeen. ‘Het viel me op hoe ongelooflijk hard ze werken. Ze zitten echt van ’s morgens tot ’s avonds achter hun laptop. Hun dagindeling verschilt, hun noeste arbeidsethos amper. Sommigen staan op wanneer anderen gaan slapen. Er was een auteur die alles in bed deed en een volhouder die alles met de pen schreef, Jacques Beaudry. Schattig hoe naast zijn bureau allemaal kleine handgeschreven papiertjes lagen.’
In tegenstelling tot een gewoon portret vonden de meeste schrijvers deze werkwijze fascinerend. ‘Door deze techniek vervaagt hun gezicht en komt de nadruk te liggen op wat ze aan het doen zijn, op hun schrijven, en daar gaat het hen uiteindelijk ook om. Sommige schrijvers gaan haast op in hun werkkamer, zoals David Van Reybrouck, die ik fotografeerde toen hij aan ‘Congo’ bezig was. Het heeft natuurlijk ook met de situatie te maken: in dit geval werd de foto genomen in tegenlicht en zie je door de ramen van zijn atelier een straatbeeld van Molenbeek. Ik heb de schrijvers ook niet gevraagd te blijven zitten aan hun bureau. Ze moesten geen ‘schrijvertje’ spelen. Ik kwam hun kamer binnen, zag waar ze zaten en richtte mijn camera. Zo zie je dat Jonathan Coe aan het lezen was. Sommigen zijn ook even weggeweest, of opgestaan. Voornamelijk dat heeft een effect op het resultaat gehad. Het zijn de meest abstracte beelden. Omdat je op voorhand nooit weet wat er tijdens de bewuste 25 minuten gebeurd is, blijft het resultaat een verrassing.’
Anachronistisch
Op die manier haalt Cool het mysterie terug dat met de intrede van de digitale fotografie haast verdwenen was. ‘De methode mag dan anachronistisch zijn, het moment dat zo’n beeld tevoorschijn komt, is fantastisch. Dat vonden de schrijvers ook. Het eigenaardige is dat je enerzijds heel veel controle over het resultaat hebt. Je bepaalt zelf de belichtingstijd en de precieze omstandigheden. Maar anderzijds heb je geen absolute controle over het licht. Misschien komt de zon wel door de wolken? De Portugese dichter Rui Coias moet enkele keren opgestaan zijn, want zijn lichaam is erg wazig. En de zon moet een paar keer op zijn gezicht gevallen zijn. Genoeg om zijn hoofd te doen transformeren in een wolk.’ Cool wijkt bewust af van het ideaal dat ons opdringt dat portretten altijd scherp en herkenbaar moeten zijn, waardoor haar foto’s soms meer neigen naar schilderijen of gravures.